advocate

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vo·ca·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord advocate advocates
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

advocate v

  1. (beroep) vrouwelijke vorm van advocaat
    • De advocate van de verdachte pleitte voor vrijspraak. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie