Naar inhoud springen

advocate

Uit WikiWoordenboek
  • ad·vo·ca·te
enkelvoud meervoud
naamwoord advocate advocates
verkleinwoord

deadvocatev

  1. (beroep), (juridisch) vrouwelijke vorm van advocaat
    • De advocate van de verdachte pleitte voor vrijspraak. 
     Dit ben ik niet, dit is de oude Bibi. De doortrapte advocate die over lijken ging om haar zin te krijgen. Ik zou haar kunnen afremmen, maar ik doe het niet.[1]
94 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
vervoeging
onbepaalde wijs to  advocate 
he/she/it  advocates 
verleden tijd  advocated 
voltooid
deelwoord
 advocated 
onvoltooid
deelwoord
 advocating 
gebiedende wijs  advocate 

advocate

  1. overgankelijk bepleiten, zich voorstander tonen van
enkelvoud meervoud
advocate advocates

advocate

  1. pleitbezorger, voorstander
  2. (juridisch) advocaat