supporter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sup·por·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord supporter supporters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

supporter m

  1. (sport) iemand die een bepaalde club of speler steunt
    De supporters raakten weer eens slaags.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
supporteren

supporter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van supporteren
    Ik supporter.
  2. gebiedende wijs van supporteren
    Supporter!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van supporteren
    Supporter je?

Meer informatie


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  supporter     le supporter     supporters     les supporters  

Zelfstandig naamwoord

supporter m

  1. (sport) supporter
  2. voorstander
Synoniemen