voodoo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voo·doo
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘religieuze tovenarij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1938 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord voodoo -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

voodoo m

  1. (religie) een geloof dat inheems is in Haïti
    • Bij rituelen die gebruikelijk zijn in voodoo, worden soms kippen geslacht en dansen mensen tot zij in vervoering zijn. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen