vogelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vo·ge·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vogelen
vogelde
gevogeld
zwak -d volledig

Werkwoord

vogelen

  1. het voor hobby bekijken en determineren van vogels
  2. (inf.) geslachtsgemeenschap hebben
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

vogelen

  1. vogels, arch. pl. van vogel: de vogelen des hemels