verzekeraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ze·ke·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verzekeraar verzekeraars
verkleinwoord verzekeraartje verzekeraartjes

Zelfstandig naamwoord

verzekeraar m

  1. (economie) een bedrijf dat tegen betaling van een premie een bepaald risico voor een klant dekt
    • Deze maatschappij is al vele jaren een bekende verzekeraar. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie