assuradeur
Uiterlijk
- Geluid: assuradeur (hulp, bestand)
- IPA: / ɑsyra'dør / (4 lettergrepen)
- as·su·ra·deur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | assuradeur | assuradeuren assuradeurs |
| verkleinwoord | assuradeurtje | assuradeurtjes |
de assuradeur m
- een onderneming die verzekeringen afsluit, verzekeraar
- De assuradeur weigerde de verzekering af te sluiten.
- (beroep) een tussenpersoon met de bevoegdheid van een verzekeraar
- Het woord assuradeur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "assuradeur" herkend door:
| 52 % | van de Nederlanders; |
| 20 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ assuradeur op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 52 %
- Prevalentie Vlaanderen 20 %