verspreiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sprei·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verspreiden
verspreidde
verspreid
zwak -d volledig

Werkwoord

verspreiden

  1. overgankelijk in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden
    • Deze ziekte wordt door ratten en hun vlooien verspreid. 
  2. wederkerend zich ~: een proces van uitbreiding ondergaan
    • De ziekte verspreidde zich. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.