verspreid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·spreid

Werkwoord

vervoeging van
verspreiden

verspreid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspreiden
    • Ik verspreid. 
  2. gebiedende wijs van verspreiden
    • Verspreid! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspreiden
    • Verspreid je? 
  4. voltooid deelwoord van verspreiden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.