versnellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·snel·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van snel met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
versnellen
versnelde
versneld
zwak -d volledig

Werkwoord

versnellen

  1. overgankelijk verhogen van de snelheid
    • Een katalysator versnelt een chemische reactie. 
     Op 7 juli 2012 versnelt Chris Froome op het laatste gedeelte en laat zijn kopman Bradley Wiggins tegen de stalorders in achter.[1]
     Hij leefde na drie jaar versneld aflossen nu schuldenvrij met zijn gezin in de natuur.[2]
  2. (natuurkunde) veranderen van de snelheid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be