versnellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·snel·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van snel met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
versnellen
versnelde
versneld
zwak -d volledig

Werkwoord

versnellen

  1. overgankelijk een grotere snelheid doen bereiken
    • Een katalysator versnelt een chemische reactie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.