pardon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·don
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, afgeleid van het werkwoord pardonner.[1]

Tussenwerpsel

  1. neemt u mij niet kwalijk.
    Pardon, mag ik u iets vragen?
Synoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord pardon pardons
verkleinwoord pardonnetje pardonnetjes

Zelfstandig naamwoord

pardon

  1. o iets kwijt schelden.
    De minister wilde geen pardon geven voor de overtreders.
  2. o / m (religie) bedevaartsprocessie in Bretagne, gehouden ter herdenking van de plaatselijke heiligen
    De ‘Pardon de Ste-Anne d’Auray’ is de grootste pardon van Bretagne.[2].
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. landenweb.net