vereiste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·eis·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vereiste vereisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vereiste o

  1. datgene waar men niet buiten kan
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

vereiste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vereist

Werkwoord

vervoeging van
vereisen

vereiste

  1. enkelvoud verleden tijd van vereisen
    • Ik vereiste. 
    • Jij vereiste. 
    • Hij, zij, het vereiste. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.