need

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse ned.
vervoeging
onbepaalde wijs to need
he/she/it needs
verleden tijd needed
voltooid
deelwoord
needed
onvoltooid
deelwoord
needing
gebiedende wijs need

Werkwoord

need

  1. (overgankelijk) nodig hebben
    «Living things need water to survive.»
    Levende wezen hebben water nodig om te overleven.
  2. (modaal werkwoord) hoeven
    «You need not go if you don't want to.»
    Je hoeft niet te gaan als je niet wilt.


enkelvoud meervoud
need needs

Zelfstandig naamwoord

need

  1. nood, behoefte
Gelijkklinkende woorden