verantwoording

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ant·woor·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verantwoording verantwoordingen
verkleinwoord verantwoordingetje verantwoordingetjes

Zelfstandig naamwoord

verantwoording v

  1. de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
    ~ nemen: de verplichting op zich nemen om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
    • Ik neem de verantwoording op me voor de organisatie van dit evenement. 
    ~ afleggen: uitleggen waarom iets zo gedaan is, rekenschap afleggen, zich rechtvaardigen
    • De jongen moest verantwoording afleggen omdat hij de boeken had verbrand. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie