variëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·rië·ren, va·ri·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
variëren
varieerde
gevarieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

variëren [2]

  1. overgankelijk doen veranderen
    • De druk en de temperatuur werden gevarieerd, maar het volume constant gehouden. 
  2. absoluut van tijd tot tijd of geval tot geval veranderen
    • De kleur van de vleugels varieert bij deze vogel van donkergrijs tot zwart. 
  3. inergatief (muziek) variaties maken op een thema
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen