vacuüm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·cu·um
enkelvoud meervoud
naamwoord vacuüm vacuüms
vacua
verkleinwoord vacuümpje vacuümpjes

Zelfstandig naamwoord

vacuüm o [1]

  1. (natuurkunde) een materievrije ruimte
  2. iets dat als een gemis wordt ervaren b.v. een machtsvacuüm
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen vacuüm
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

vacuüm [2]

  1. luchtledig

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen