intimiteitsvacuüm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ti·mi·teits·va·cu·um
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord intimiteitsvacuüm
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

intimiteitsvacuüm o

  1. het ontbreken van intimiteit tussen partners in een liefdesrelatie
    • Tijdens de lockdown konden de stelletjes elkaar lange tijd niet ontmoeten en ontstond er een intimiteitsvacuüm.