uke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • uke

Zelfstandig naamwoord

uke g

  1. week (tijdseenheid van 7 dagen berekend vanaf maandag t/m zondag)
  2. week (periode van 7 dagen)
    «For to uker siden ble hun innlagt ved hospitalet.»
    Twee weken geleden werd ze in het ziekenhuis verwezen.
  3. werkweek
  4. week (festiviteit, evenement, enz. dat zeven dagen of langer duurt)
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   uke     m: uken
v: uka  
  uker     ukene  
genitief   ukes     m: ukens
v: ukas  
  ukers     ukenes  
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen