radio-uitzending

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·dio-uit·zen·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord radio-uitzending radio-uitzendingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

radio-uitzending v

  1. dat wat via de radio publiekelijk wordt gemaakt
    • De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending. (Grondwet Artikel 7) 

Meer informatie

Gangbaarheid