troonsbestijging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troons·be·stij·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord troonsbestijging troonsbestijgingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

troonsbestijging v [1]

  1. het aantreden als koning of vorst
     En nadat zij nog wat gepraat hadden over de troonsbestijging van koning Milan en de grote gevolgen, die dit zou kunnen hebben, gingen zij na de tweede bel uiteen en zochten hun eigen coupé weer op.[2]
     Eigenlijk was het de bedoeling dat de koning al een jaar na zijn troonsbestijging in 2013 het door zijn moeder verlaten Huis ten Bosch zou betrekken. Maar het komt er pas nu van doordat de renovatie van dit woonpaleis, met een vloeroppervlak van bijna 9000 vierkante meter, jaren langer duurde dan gepland en ook veel meer kostte dan begroot (63,1 miljoen euro in plaats van 35 miljoen euro).[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Lev Tolstoj (vert. Wils Huisman)Anna Karenina” op Wikipedia (1877), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028276062
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 maart 2022 Weblink bron Piet van Asseldonk “De koning verhuist, er komt weer een Oranjepaleis vrij” (03-11-2018), NOS