koningschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ning·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koningschap koningschappen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koningschap o

  1. het geheel van wat het koning zijn inhoudt
Hyponiemen
Vertalingen
Gangbaarheid
97 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie