tolereren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·le·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dulden’ voor het eerst aangetroffen in 1904 [1]
  • afgeleid van het Franse tolérer (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tolereren
tolereerde
getolereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

tolereren

  1. toelaten en dulden
    • We tolereren andere culturen en hun gebruiken. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen