tolereerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·le·reer·de

Werkwoord

vervoeging van
tolereren

tolereerde

  1. enkelvoud verleden tijd van tolereren
    • Ik tolereerde. 
    • Jij tolereerde. 
    • Hij, zij, het tolereerde.