toeter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toeter toeters
verkleinwoord toetertje toetertjes

Zelfstandig naamwoord

toeter m [4]

  1. (muziekinstrument) trechtervormig instrument waardoor lucht wordt geblazen om geluid te maken
  2. claxon
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
stellend
onverbogen toeter
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord toeter [5]

  1. (informeel) stomdronken
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
toeteren

toeter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toeteren
    • Ik toeter. 
  2. gebiedende wijs van toeteren
    • Toeter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toeteren
    • Toeter je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen