Naar inhoud springen

toeteren

Uit WikiWoordenboek
  • toe·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toeteren
toeterde
getoeterd
zwak -d volledig

toeteren

  1. inergatief waarschuwen of de aandacht trekken door middel van harde geluidssignalen
    • In Nederland mag je met de auto alleen toeteren als er gevaar dreigt. 
  2. inergatief (informeel) achter elkaar veel alcohol drinken
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]