toeteren
Uiterlijk
- toe·te·ren
- [1] frequentatief gevormd uit van toeten ww met het achtervoegsel -er of afgeleid van toeter zn "hoorn (5)" met het achtervoegsel -en [1]
- [2] afgeleid van toeter zn met het achtervoegsel -en [2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| toeteren |
toeterde |
getoeterd |
| zwak -d | volledig | |
toeteren
- inergatief waarschuwen of de aandacht trekken door middel van harde geluidssignalen
- In Nederland mag je met de auto alleen toeteren als er gevaar dreigt.
- inergatief (informeel) achter elkaar veel alcohol drinken
- [1] claxonneren
- [2] zuipen
- [2] toeterzat
- Het woord toeteren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "toeteren" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ toeter (dronken) op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Frequentatief in het Nederlands
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %