toepassing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·pas·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toepassing toepassingen
verkleinwoord toepassinkje toepassinkjes

Zelfstandig naamwoord

toepassing v

  1. een manier waarop iets gebruikt wordt
    • Deze toepassing voor dit medicijn is pas kortgeleden ontdekt. 
  2. het in de praktijk brengen van iets
    • Bij de toepassing van de nieuwe methode is er iets misgegaan. 
  3. (informatica) een computerprogramma
    • De toepassing is afgesloten vanwege te weinig geheugen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • van toepassing zijn op -- gelden voor
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.