toasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] toasten op het nieuwe jaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • toas·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]

Werkwoord

toasten [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toasten
toastte
getoast
zwak -t volledig
  1. een toast uitbrengen op iets of iemand, een heilwens uitbrengen
    • Alcohol heeft een gastronomische waarde en een ceremoniële functie: we toasten op iemands gezondheid of toekomst[3] 
  2. brood roosteren
    • Zal ik het oude brood toasten? Dan hoeven we het niet weg te gooien 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.


Verwijzingen