toosten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toos·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toosten
toostte
getoost
zwak -t volledig

Werkwoord

toosten

  1. inergatief een heildronk uitbrengen, op iets of iemand drinken
    • Zij toostten op een goede toekomst. 
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be