theater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • the·a·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schouwburg’ voor het eerst aangetroffen in 1566 [1]
  • Komt van het Griekse theatron (theater), dat weer een samenstelling is van theastai (kijken) en -tron (plaatsaanduiding).
enkelvoud meervoud
naamwoord theater theaters
verkleinwoord theatertje theatertjes

Zelfstandig naamwoord

theater o

  1. (toneel) een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden
    • Wij gaan graag samen naar het theater. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen