kwam terug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwam te·rug
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
terugkomen

kwam terug

  1. enkelvoud verleden tijd van terugkomen
    • Ik kwam terug. 
    • Jij kwam terug. 
    • Hij, zij, het kwam terug. 


Gangbaarheid