voorlopig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·lo·pig
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘voorshands’ voor het eerst aangetroffen in 1788 [1]
  • Samenstellende afleiding van voor en de stam van lopen met het achtervoegsel -ig [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voorlopig voorlopiger voorlopigst
verbogen voorlopige voorlopigere voorlopigste
partitief voorlopigs voorlopigers -

Bijvoeglijk naamwoord

voorlopig

  1. tijdelijk in afwachting van iets definitiefs
    • De voorlopige regering kwam er in afwachting van een volwaardige, waarin alle partijen zich konden vinden. 
     Ze zou net als haar voorgangers uit de 17de eeuw ook wel een frisse duik willen nemen, maar voorlopig volstaan gulzige slokken uit haar bidon. Een bijrolletje in de historie van La Planche is genoeg. Morgen mogen de mooie jongens.[3]
     Vooruit, voorlopig dan maar the ‘Best Breakfast in the World’ met een liter cola.[4]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "voorlopig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. voorlopig op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be