surveillant
Uiterlijk
- Geluid: surveillant (hulp, bestand)
- IPA: / ˌsʏrvɛiˈjɑnt / (3 lettergrepen)
- sur·veil·lant
- Naamwoord van handeling van surveilleren met het achtervoegsel -ant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | surveillant | surveillanten |
| verkleinwoord | surveillantje | surveillantjes |
de surveillant m
- iemand die (tijdens een examen) surveilleert (toezicht houdt)
- De surveillant wist de vraag van de examenkandidaat zo gauw ook niet te beantwoorden. [1]
- (beroep) politieambtenaar met een rang tussen aspirant en agent
- Het woord surveillant staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "surveillant" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ant in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %