stuiver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stui·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stuiver stuivers
verkleinwoord stuivertje stuivertjes

Zelfstandig naamwoord

stuiver m

  1. (numismatiek) een muntstuk van vijf cent (f 0,05), een twintigste van een gulden
    • Daar heb ik wel een paar stuivers voor over. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl