grijpstuiver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grijp·stui·ver
Woordherkomst en -opbouw

Oorspronkelijk refereerde een grijpstuiver naar het muntje met een afbeelding van een grijp (‘griffioen’) erop.[1]

enkelvoud meervoud
naamwoord grijpstuiver grijpstuivers
verkleinwoord grijpstuivertje grijpstuivertjes

Zelfstandig naamwoord

grijpstuiver m

  1. een onbeduidend bedrag
    • Hij verdiende er een grijpstuiver aan en had er veel kommer van. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Stuiver Geraadpleegd op 1 augustus 2019