steur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steur steuren
verkleinwoord steurtje steurtjes

Zelfstandig naamwoord

steur m

  1. (vissen) (voeding) Acipenser sturio op Wikispecies, een anadrome straalvinnige vis die een lengte van 6 meter en een gewicht van 400 kg kan bereiken
    • Het kuit van de steur, kaviaar genoemd, is erg gewild. 
  2. (Nederlands-Indië) iemand die als verlaten Indo-Europees kind opgroeit of is opgegroeid in een opvangtehuis van Pa van der Steur
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
steuren

steur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steuren
    • Ik steur. 
  2. gebiedende wijs van steuren
    • Steur! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steuren
    • Steur je? 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen