spint

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spint
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘buitenste jaarringen van bomen’ voor het eerst aangetroffen in 1445 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord spint spinten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spint o[3] [4]

  1. (biologie) het lichte en zachte hout dat in de stam direct onder de schors zit
  2. spinsel van de spintmijt


Antoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord spint spinten
verkleinwoord - -

spint m v

  1. (dierkunde) spintmijt
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Werkwoord

vervoeging van
spinnen

spint

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
    • Jij spint. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
    • Hij spint. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van spinnen
    • Spint!