Naar inhoud springen

slagerij

Uit WikiWoordenboek
slagerij
  • sla·ge·rij
enkelvoud meervoud
naamwoord slagerij slagerijen
verkleinwoord slagerijtje slagerijtjes

deslagerijv

  1. (bedrijf) bedrijf van een slager
     Als er dan toch een feestje moest komen wilde hij het in de slagerij houden, waar je kon boksen met halve runderen, op de burrie kon rijden, varkensblazen kon opblazen en als een Tarzan aan vleeshaken kon zwaaien.[1]
     En niemand mocht dit weten, uitlekken zou het einde van de slagerij betekenen.[1]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2
    Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be