slagerij
Uiterlijk

- sla·ge·rij
- Naamwoord van handeling van slaan met het achtervoegsel -erij of afgeleid van slager met het achtervoegsel -ij
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slagerij | slagerijen |
| verkleinwoord | slagerijtje | slagerijtjes |
de slagerij v
- (bedrijf) bedrijf van een slager
- ▸ Als er dan toch een feestje moest komen wilde hij het in de slagerij houden, waar je kon boksen met halve runderen, op de burrie kon rijden, varkensblazen kon opblazen en als een Tarzan aan vleeshaken kon zwaaien.[1]
- ▸ En niemand mocht dit weten, uitlekken zou het einde van de slagerij betekenen.[1]
- Het woord slagerij staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slagerij" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -erij in het Nederlands
- Achtervoegsel -ij in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bedrijf in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %