slaapmuts
Uiterlijk

(Der arme Poet
door Carl Spitzweg)- slaap·muts
- samenstelling van slaap ww en muts zn [1]
- [2] op te vatten als terugvorming uit slaapmutsje zn zonder achtervoegsel -je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slaapmuts | slaapmutsen |
| verkleinwoord | slaapmutsje | slaapmutsjes |
- (hoofddeksel) meestal in een punt uitlopend hoofdbedekking van textiel, gedragen tijdens de nachtrust
- Nu de nachten weer koud zijn draag ik een slaapmuts.
- (drinken) borrel die men drinkt om goed te kunnen slapen
- Voor het slapengaan neem ik altijd een slaapmutsje
- (plantkunde) benaming voor Eschscholzia californica

- [2], [3] In de betekenis "borrel" en als plantennaam is het verkleinwoord "nachtmutsje" de gangbare vorm.
1. meestal in een punt uitlopend hoofdbedekking van textiel, gedragen tijdens de nachtrust
- Het woord slaapmuts staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slaapmuts" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Hoofddeksel in het Nederlands
- Drinken in het Nederlands
- Plantkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %