signaleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sig·na·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
signaleren
signaleerde
gesignaleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

signaleren

  1. het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen
    • De klokkenluider heeft een ernstig probleem gesignaleerd. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire