doorgeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorgeven
gaf door
doorgegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

doorgeven

  1. (overgankelijk) iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven
    Ik heb je boodschap doorgegeven aan mijn collega.
Vertalingen