doorgeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorgeven
gaf door
doorgegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

doorgeven

  1. (overgankelijk) iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven
    Ik heb je boodschap doorgegeven aan mijn collega.
    Kun je het zou even doorgeven?
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.