attenderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de duivel attendeert de heilige Anthonius op de verleidelijke jonge vrouw met gouden beker rechts van hem
Uitspraak
Woordafbreking
  • at·ten·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘attent maken (op)’ voor het eerst aangetroffen in 1940 [1]
  • uit het Latijn met het achtervoegsel -eren [2]

Werkwoord

attenderen [3]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
attenderen
attendeerde
geattendeerd
zwak -d volledig
  1. opmerkzaam maken, wijzen op, attent maken op
     Terwijl ze verder las, attendeerde een duivels stemmetje fijntjes op haar zwakheden.  [4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen