sidderaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
sidderaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sid·der·aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sidderaal sidderalen
verkleinwoord sidderaaltje sidderaaltjes

Zelfstandig naamwoord

sidderaal m

  1. (vissen) Electrophorus electricus op Wikispecies, een grote aalachtige vis die zware stroomstoten kan afgeven
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie