selderij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sel·de·rij
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in 1873 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord selderij -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

selderij m

  1. (kruid) Apium graveolens var secalinum Een kruid vergelijkbaar met peterselie, maar dan met een sterkere smaak
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen