schutsengel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

schutsengel
Uitspraak
Woordafbreking
  • schuts·en·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schutsengel schutsengelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schutsengel m [1]

  1. (religie) vermeend hemels wezen dat iets of iemand beschermt
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen