beschermengel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scherm·en·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschermengel beschermengelen
verkleinwoord beschermengeltje beschermengeltjes

Zelfstandig naamwoord

beschermengel m

  1. een hemels wezen dat je tegen onheil beschermt, engelbewaarder, wachtengel, bewaarengel
    Hij moet wel een heel goede beschermengel hebben gehad toen hij ongedeerd uit de geheel verkreukelde auto gehaald werd.

Meer informatie