beschermengel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scherm·en·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschermengel beschermengelen
verkleinwoord beschermengeltje beschermengeltjes

Zelfstandig naamwoord

beschermengel m

  1. een hemels wezen dat je tegen onheil beschermt, engelbewaarder, wachtengel, bewaarengel
    • Hij moet wel een heel goede beschermengel hebben gehad toen hij ongedeerd uit de geheel verkreukelde auto gehaald werd. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie