schrappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schrappen
schrapte
geschrapt
zwak -t volledig

Werkwoord

schrappen (overgankelijk)

  1. met een scherp voorwerp zoals een mes de oppervlaktelaag verwijderen
    Moeten deze aardappels nog geschrapt?
  2. doorhalen, verwijderen van een lijst
  3. bezuinigen, een einde maken aan een programma of uitgavenpost
    Bij deze bezuinigingsronde werd veel geschrapt in de uitgaven voor onderzoek naar alternatieve energie.
  4. (met betrekking tot banen) ontslaan
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schrappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schrap