schrappen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrap·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘(weg)strepen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1406 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schrappen
schrapte
geschrapt
zwak -t volledig

Werkwoord

schrappen overgankelijk

  1. met een scherp voorwerp zoals een mes de oppervlaktelaag verwijderen
    • Moeten deze aardappels nog geschrapt? 
  2. doorhalen, verwijderen van een lijst
     ‘Er staat bijvoorbeeld dat we failliet gaan’, zegt Atasoy. ‘Dat is aantoonbaar onjuist. We hebben de rechter ook laten zien dat het niet klopt. Dan moet dat toch uit het rapport geschrapt worden?’[2]
  3. bezuinigen, een einde maken aan een programma of uitgavenpost
    • Bij deze bezuinigingsronde werd veel geschrapt in de uitgaven voor onderzoek naar alternatieve energie. 
  4. (met betrekking tot banen) ontslaan
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schrappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schrap

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "schrappen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be