schol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een schol.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schol
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘drijvend stuk ijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1395 [1]
  • In de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1346 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord schol schollen
verkleinwoord scholletje scholletjes

Zelfstandig naamwoord

schol m

  1. (vissen) Pleuronectus platessa, een zeer gewilde consumptievis
    • Bij biologie leer je wat een schol is. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

schol v/m

  1. een drijvende plaat ijs
    • In de film kon de ijsbeer nog net op een schol springen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen