schelden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schel·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tieren’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schelden
schold
gescholden
klasse 3 volledig

Werkwoord

schelden

  1. inergatief krenkende of beledigende woorden uitspreken op heftige of ruwe toon
    • Hij heeft vreselijk gescholden tegen die mevrouw. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schellen

schelden

  1. meervoud verleden tijd van schellen
    • Wij schelden. 
    • Jullie schelden. 
    • Zij schelden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen