maldecir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • mal·de·cir
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
maldecir
maldecía
maldicho
volledig

Werkwoord

maldecir

  1. (onovergankelijk) vloeken, schelden
  2. kwaadspreken (over), lasteren
  3. (overgankelijk) vervloeken, verwensen
Verwante begrippen
Synoniemen
Verwijzingen