scan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scan

Werkwoord

vervoeging van
scannen

scan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scannen
    Ik scan.
  2. gebiedende wijs van scannen
    Scan!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scannen
    Scan je?