scan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scan
Woordherkomst en -opbouw
  • ontleend aan het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord scan scans
verkleinwoord scannetje scannetjes

Zelfstandig naamwoord

scan m

  1. het scannen
  2. het resultaat van voornoemde handeling
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
scannen

scan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scannen
    Ik scan.
  2. gebiedende wijs van scannen
    Scan!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scannen
    Scan je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl