samenzweerderig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·zweer·de·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen samenzweerderig samenzweerderiger samenzweerderigst
verbogen samenzweerderige samenzweerderigere samenzweerderigste
partitief samenzweerderigs samenzweerderigers -

Bijvoeglijk naamwoord

samenzweerderig

  1. betrekking hebbend op het maken van een geheime afspraak of een geheim verbond
    • Hij sprak op een zachte, samenzweerderige toon tegen zijn vrienden over het cadeau dat ze de leraar zouden geven. 

Gangbaarheid